8. Een eerste druppel verscheen

Tot daar opeens… pling! Een eerste druppel verscheen   ‘De regen, de regen!’, riep men, ‘Wat een zegen!’ En ja hoor, daar was het echt Ze deden het samen En zo kwam het terecht De regen omlaag En de rest op z’n pootjes   Zijn taak zat erop Tot iemand zei: ‘Maar Waar was je…

7. Hoera hij is hier!

‘HOERA, HIJ IS HIER!’ Klonk er luid Met gejoel en plezier ‘Jonas is hier, en hij maakt de regen Och hemeltje, hier is de zegen’   Maar regen,  dat kon hij niet toveren. Ik weet wel van druppels, van zee en van vis, alles daar onder, maar niks van hier boven    Daar heb je…

6. Dag mensen van de grote stad

‘DAG MENSEN VAN DE GROTE STAD’ riep Jonas onbevreesd ‘IK BEN HIER HEEL GAUW NAARTOE GESJEESD MET MIJN VRIEND HIER, DE BOOM MAG DIE NU OPEN, DE POORT?’   En klikkedeklikkedeklik Nou, wat een gezicht De Grote Stad verscheen, Jonas gauw naar binnen, En de poort ging weer dicht   Zeg, waar is mijn vriend…

5. Nu wist hij het zeker

En óf hij dat wistEn nu wist hij het zeker:‘Wally, zet me thuis af!‘t Is nog een paar meter’ Wally spuit en hij spettertTot Jonas met een kletterhet strand weer op roltrecht voor zijn dorp Jonas holt naar De Stadop een haastige drafsnel vooruit komt hij nietTotdat hij iets ziet… Een boom stond er plotsVol…

4. De zee die was prachtig

De zee die was prachtig Zeg, nou, allemachtig. Hij zag er de krabben, koralen en kreeften, Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen, Hij zag er het blauw en het geel en het groen Maar wat kwamen Wally…

3. Daar zwom een walvis

Daar zwom een walvis En wat dat beest groot is! ‘Hallo, ik ben Wally Ik neem je gauw mee Spring maar in mijn bek Naar een warmere plek’ Zijn bek ging wijd open Oké dan, had Jonas besloten, En was er gauw in gekropen. Weg van de golven en van het lawaai hier was het…

2. Hij draaide zich om

Hij draaide zich om en zag toen iets groots! TOEET TOEET klonk de hoorn van de boot ‘Zo, dat is een joekel’, dacht Jonas en zwaaide ‘Kom je mee op de boot?’, klonk het over de golven Ja hij hoorde het goed, niet te geloven!   Hij mee op een boot? Jazeker weten van wel.…

1. Dit is Jonas

Dit is Jonas Hij woont in een huis In een dorpje aan zee Al zo lang als hij weet.   En dat is heel lang Wel vijf jaren vol Een hele hand vingers Zo groot is hij al.   Toen op een dag, gebeurde er iets zó uit het niets; Hij liep op het strand…