De zee die was prachtig
Zeg, nou, allemachtig.
Hij zag er de krabben, koralen en kreeften,
Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden
Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen,
Hij zag er het blauw en het geel en het groen
Maar wat kwamen Wally en hij hier dan doen?
‘Kijk hier, mijn vriend Jonas’
zei Wally, alsof het gewoon was
dat een walvis kon praten
als gids van de zeeën
Wally en hij
daar met z’n tweeën
‘Kijk hier onder water, hier leeft alles al samen
Alles zwemt en het zwiert en het blubt en het werkt
Als één groot geheel
Zonder mopper of mekker
Dat doen we omdat we goed weten…
Dat elke druppel de zee is
En geen drup wordt vergeten
Snap je wat ik bedoel,
met deze janboel?’
