6. Dag mensen van de grote stad

‘DAG MENSEN VAN DE GROTE STAD’

riep Jonas onbevreesd

‘IK BEN HIER HEEL GAUW NAARTOE GESJEESD

MET MIJN VRIEND HIER, DE BOOM

MAG DIE NU OPEN, DE POORT?’

 

En klikkedeklikkedeklik

Nou, wat een gezicht

De Grote Stad verscheen,

Jonas gauw naar binnen,

En de poort ging weer dicht

 

Zeg, waar is mijn vriend de boom nu gebleven?

‘Die is helaas niet meer in leven’

klonk een stem om hem heen

 

‘Zo gaat dat met bomen

Die komen

en geven

en zijn dan weer weg…

denk je nu pech?

denk dan nog maar eens

want eigenlijk is het een móói gegeven,

dat leven.’

 

Hij dacht nog eens na en wist dat het waar was

Van de boom en het leven

…En dat hij nu daar was!

Midden in de Grote Stad

Zoals van hem werd verwacht

 

‘Ik ben hier’, zei hij

‘vanwege een briefje…’

Een blaadje met letters.

En één zin, er midden in:

 

H E L P  O N S  J O N A S  D E  R E G E N  I S  O P  G R O E T J E S  U I T  D E  G R O T E  S T A D

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Hoe zag de stad er uit? Teken het hier)

lees verder

Vind je leuk? Deel met je vrienden :)