Daar zwom een walvis
En wat dat beest groot is!
‘Hallo, ik ben Wally
Ik neem je gauw mee
Spring maar in mijn bek
Naar een warmere plek’
Zijn bek ging wijd open
Oké dan, had Jonas besloten,
En was er gauw in gekropen.
Weg van de golven en van het lawaai
hier was het muisstil
en… een papegaai?
‘Hallo… Hallo…’
Nee, dat was hij zelf!
De echo van Jonas
in het walvis gewelf
Tot hij het hoorde, heel luid en diep:
‘Hallo lieve Jonas,
welkom in mijn buik
ik ben je vriend Wally
en ik haal je hier uit.’
Gelukkig, dacht Jonas.
Hij was weer gered.
‘Is het oké als je me thuis even afzet?’
vroeg hij opgetogen
maar Wally zei toen, vrij onbewogen:
‘Dat doe ik Jonas
Maar eerst nog iets anders
Ik toon je mijn thuis
En wat daar aan de hand is…
Heb je nog even, voor deze ouwe walvis?’
lees verder
4. De zee die was prachtig
De zee die was prachtig Zeg, nou, allemachtig. Hij zag er de krabben, koralen en kreeften, Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen, Hij zag er het blauw en het geel en het groen Maar wat kwamen Wally…
5. Nu wist hij het zeker
En óf hij dat wistEn nu wist hij het zeker:‘Wally, zet me thuis af!‘t Is nog een paar meter’ Wally spuit en hij spettertTot Jonas met een kletterhet strand weer op roltrecht voor zijn dorp Jonas holt naar De Stadop een haastige drafsnel vooruit komt hij nietTotdat hij iets ziet… Een boom stond er plotsVol…
