het Vuur

Vuur. Dat is wat we nodig hebben. — Ik staar in de vlammen terwijl die gedachte in me op komt. Warmte als vuur, is wat we nodig hebben. Kracht als vuur is wat we nodig hebben. En in die kracht de rust die vuur heeft, is wat we nodig hebben.

We moeten zijn als vuur. Vuur is wat we nodig hebben.

Kou kan er nog zoveel zijn, één vlam kan het verschil maken. Één vlam kan verwarmen, de kou doen smelten. Kan het donker verlichten. Één vlam kan het opnemen tegen een miljoen sneeuwvlokken. Één vlam is voldoende.

Ik keer de binnenkant van mijn handen richting het vuur. Dat prachtige vuur. Het verwarmt me. De dansende vlammen hypnotiseren mijn ogen. Brengen mijn hoofd tot rust. Ik kan alleen nog maar kijken. Zien. Zijn. Het denken is gestopt. De rust daalt in mijn systeem. Ik voel hoe ik ontspan, ter plekke.

Mijn adem verzacht, vertraagt.

Er niets meer dan het vuur en ik, terwijl ik iets ga verzitten op het kleedje op de grond, dat steevast voor mijn haard ligt. Een zacht vachtje, gedrapeerd over de donker houten vloer. Het is alles wat ik nodig heb, op dit moment.

Terwijl de warmte mijn lijf binnen vloeit via mijn handpalmen, zie ik alleen nog de vlammen dansen. Het diep oranje, donker rood, fel geel en alle tinten daar tussenin. Ik zie hoe de houtblokken verslonden worden, tot as vergaan. Hun een-na-laatste dienst zit er op. Hierna zullen ze de bodem van de aarde vullen met hun waardevolle voedingsstoffen. Grond voor nieuw leven. En voor het zover is, tonen ze nog even de mooiste show van hun leven.

In vlammen opgaand, zie ik de boom die ze ooit waren. De knoppen aan hun takken. De bladeren die vielen. De takken die wachtten in de wintertijd. De bijen die hen bezochten. De vlinders die voorbij fladderden. En hoe het hele proces weer opnieuw begon.

Jaar, na jaar.

Ik dank de boom. Voor zijn leven. Voor zijn warmte. Voor zijn voeding. Zijn rust en kracht, die nu door de vlammen heen spreekt. Hun dans, de boom en het vuur, voor mijn ogen. Hun warmte, in mijn lijf. Hun kracht, neem ik over. Hun rust, neem ik mee. In dit seizoen, en het volgende.

Zoals de boom.

Van voren af aan, en weer opnieuw, tot de laatste show. Tot de laatste vlammendans.

De blokken vallen uit elkaar tot gloeiende hoopjes kool, en de vlammen verdwijnen mee. Ik zie alleen nog het fel oranje, dat onverminderd gloeit in de kern van elk kooltje. Ik voel de hitte die nog steeds straalt.

Ik sluit mij ogen, adem nog eens diep, en hou de warmte vast.

Mee, in het leven.

Vind je leuk? Deel met je vrienden :)