Tot daar opeens… pling!
Een eerste druppel verscheen
‘De regen, de regen!’, riep men, ‘Wat een zegen!’
En ja hoor, daar was het echt
Ze deden het samen
En zo kwam het terecht
De regen omlaag
En de rest op z’n pootjes
Zijn taak zat erop
Tot iemand zei: ‘Maar
Waar was je gebleven
Toen we je vroegen om regen?’
Nou, zei Jonas toen,
ik had nog iets te doen
Ik moest nog iets leren
Over zeeën en regen
Want elke druppel is de zee
En elke drup telt mee.
Dat wist ik nog niet.
Nu weet ik het wel.
lees opnieuw
1. Dit is Jonas
Dit is Jonas Hij woont in een huis In een dorpje aan zee Al zo lang als hij weet. En dat is heel lang Wel vijf jaren vol Een hele hand vingers Zo groot is hij al. Toen op een dag, gebeurde er iets zó uit het niets; Hij liep op het strand…
2. Hij draaide zich om
Hij draaide zich om en zag toen iets groots! TOEET TOEET klonk de hoorn van de boot ‘Zo, dat is een joekel’, dacht Jonas en zwaaide ‘Kom je mee op de boot?’, klonk het over de golven Ja hij hoorde het goed, niet te geloven! Hij mee op een boot? Jazeker weten van wel.…
