‘DAG MENSEN VAN DE GROTE STAD’
riep Jonas onbevreesd
‘IK BEN HIER HEEL GAUW NAARTOE GESJEESD
MET MIJN VRIEND HIER, DE BOOM
MAG DIE NU OPEN, DE POORT?’
En klikkedeklikkedeklik
Nou, wat een gezicht
De Grote Stad verscheen,
Jonas gauw naar binnen,
En de poort ging weer dicht
Zeg, waar is mijn vriend de boom nu gebleven?
‘Die is helaas niet meer in leven’
klonk een stem om hem heen
‘Zo gaat dat met bomen
Die komen
en geven
en zijn dan weer weg…
denk je nu pech?
denk dan nog maar eens
want eigenlijk is het een móói gegeven,
dat leven.’
Hij dacht nog eens na en wist dat het waar was
Van de boom en het leven
…En dat hij nu daar was!
Midden in de Grote Stad
Zoals van hem werd verwacht
‘Ik ben hier’, zei hij
‘vanwege een briefje…’
Een blaadje met letters.
En één zin, er midden in:
H E L P O N S J O N A S D E R E G E N I S O P G R O E T J E S U I T D E G R O T E S T A D
(Hoe zag de stad er uit? Teken het hier)
lees verder
7. Hoera hij is hier!
‘HOERA, HIJ IS HIER!’ Klonk er luid Met gejoel en plezier ‘Jonas is hier, en hij maakt de regen Och hemeltje, hier is de zegen’ Maar regen, dat kon hij niet toveren. Ik weet wel van druppels, van zee en van vis, alles daar onder, maar niks van hier boven Daar heb je…
8. Een eerste druppel verscheen
Tot daar opeens… pling! Een eerste druppel verscheen ‘De regen, de regen!’, riep men, ‘Wat een zegen!’ En ja hoor, daar was het echt Ze deden het samen En zo kwam het terecht De regen omlaag En de rest op z’n pootjes Zijn taak zat erop Tot iemand zei: ‘Maar Waar was je…
