Dit is Jonas
Hij woont in een huis
In een dorpje aan zee
Al zo lang als hij weet.
En dat is heel lang
Wel vijf jaren vol
Een hele hand vingers
Zo groot is hij al.
Toen op een dag,
gebeurde er iets
zó uit het niets;
Hij liep op het strand
en wat hij daar vond?
Een flesje lag daar, in de blinkende zon
Eentje van glas, heel groen en heel rond
Met midden er in,
Eén enkele zin:
H E L P O N S J O N A S,
D E R E G E N I S O P
G R O E T J E S U I T D E G R O T E S T A D
Wat zou dat nu wezen?
Een hele reeks letters
Hij kon ze nét lezen
Maar wat moest hij nu?
Naar de stad om te helpen?
Ik dacht het mooi niet.
‘Geen zin in’, zei Jonas
en vervolgde zijn pas.
lees verder
3. Daar zwom een walvis
Daar zwom een walvis En wat dat beest groot is! ‘Hallo, ik ben Wally Ik neem je gauw mee Spring maar in mijn bek Naar een warmere plek’ Zijn bek ging wijd open Oké dan, had Jonas besloten, En was er gauw in gekropen. Weg van de golven en van het lawaai hier was het…
4. De zee die was prachtig
De zee die was prachtig Zeg, nou, allemachtig. Hij zag er de krabben, koralen en kreeften, Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen, Hij zag er het blauw en het geel en het groen Maar wat kwamen Wally…
