De zee die was prachtig
Zeg, nou, allemachtig.
Hij zag er de krabben, koralen en kreeften,
Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden
Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen,
Hij zag er het blauw en het geel en het groen
Maar wat kwamen Wally en hij hier dan doen?
‘Kijk hier, mijn vriend Jonas’
zei Wally, alsof het gewoon was
dat een walvis kon praten
als gids van de zeeën
Wally en hij
daar met z’n tweeën
‘Kijk hier onder water, hier leeft alles al samen
Alles zwemt en het zwiert en het blubt en het werkt
Als één groot geheel
Zonder mopper of mekker
Dat doen we omdat we goed weten…
Dat elke druppel de zee is
En geen drup wordt vergeten
Snap je wat ik bedoel,
met deze janboel?’
lees verder
5. Nu wist hij het zeker
En óf hij dat wistEn nu wist hij het zeker:‘Wally, zet me thuis af!‘t Is nog een paar meter’ Wally spuit en hij spettertTot Jonas met een kletterhet strand weer op roltrecht voor zijn dorp Jonas holt naar De Stadop een haastige drafsnel vooruit komt hij nietTotdat hij iets ziet… Een boom stond er plotsVol…
6. Dag mensen van de grote stad
‘DAG MENSEN VAN DE GROTE STAD’ riep Jonas onbevreesd ‘IK BEN HIER HEEL GAUW NAARTOE GESJEESD MET MIJN VRIEND HIER, DE BOOM MAG DIE NU OPEN, DE POORT?’ En klikkedeklikkedeklik Nou, wat een gezicht De Grote Stad verscheen, Jonas gauw naar binnen, En de poort ging weer dicht Zeg, waar is mijn vriend…
