4. De zee die was prachtig

De zee die was prachtig

Zeg, nou, allemachtig.

Hij zag er de krabben, koralen en kreeften,

Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden


Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen,

Hij zag er het blauw en het geel en het groen

Maar wat kwamen Wally en hij hier dan doen?


‘Kijk hier, mijn vriend Jonas’

zei Wally, alsof het gewoon was

dat een walvis kon praten

als gids van de zeeën

Wally en hij

daar met z’n tweeën


‘Kijk hier onder water, hier leeft alles al samen

Alles zwemt en het zwiert en het blubt en het werkt

Als één groot geheel

Zonder mopper of mekker


Dat doen we omdat we goed weten…

Dat elke druppel de zee is

En geen drup wordt vergeten


Snap je wat ik bedoel,

met deze janboel?’

lees verder

5. Nu wist hij het zeker

En óf hij dat wistEn nu wist hij het zeker:‘Wally, zet me thuis af!‘t Is nog een paar meter’ Wally spuit en hij spettertTot Jonas met een kletterhet strand weer op roltrecht voor zijn dorp Jonas holt naar De Stadop een haastige drafsnel vooruit komt hij nietTotdat hij iets ziet… Een boom stond er plotsVol…

Lees meer

6. Dag mensen van de grote stad

‘DAG MENSEN VAN DE GROTE STAD’ riep Jonas onbevreesd ‘IK BEN HIER HEEL GAUW NAARTOE GESJEESD MET MIJN VRIEND HIER, DE BOOM MAG DIE NU OPEN, DE POORT?’   En klikkedeklikkedeklik Nou, wat een gezicht De Grote Stad verscheen, Jonas gauw naar binnen, En de poort ging weer dicht   Zeg, waar is mijn vriend…

Lees meer

Vind je leuk? Deel met je vrienden :)