Hij draaide zich om en zag toen iets groots!
TOEET TOEET klonk de hoorn van de boot
‘Zo, dat is een joekel’, dacht Jonas en zwaaide
‘Kom je mee op de boot?’, klonk het over de golven
Ja hij hoorde het goed, niet te geloven!
Hij mee op een boot?
Jazeker weten van wel.
De boot ging voor anker
En hij haastte zich snel
Aan boord van de boot
Voor hij kon bedenken
Of dat nu wel slim was
Zo plots te vertrekken…
Op zee kwam de storm
van WOESJ en van WAAI
en heel hard van KLENG en van KABELEBAAI
de golven die botsten
de boot die ging onder
Met Jonas aan boord!
En toen:
Een wonder…
lees verder
3. Daar zwom een walvis
Daar zwom een walvis En wat dat beest groot is! ‘Hallo, ik ben Wally Ik neem je gauw mee Spring maar in mijn bek Naar een warmere plek’ Zijn bek ging wijd open Oké dan, had Jonas besloten, En was er gauw in gekropen. Weg van de golven en van het lawaai hier was het…
4. De zee die was prachtig
De zee die was prachtig Zeg, nou, allemachtig. Hij zag er de krabben, koralen en kreeften, Ze zwommen er rond – Jonas in Wally – en het was of ze zweefden Hij zag er de vissen, de wieren, de wormen, Hij zag er het blauw en het geel en het groen Maar wat kwamen Wally…
